
Zeven weken kunnen veel bedenktijd betekenen als een echo aanleiding geeft tot vervolgonderzoek. Daarom voelt het verdwijnen van de 13 weken echo voor aanstaande ouders als meer dan een geschrapte afspraak. Toch verdwijnt die afspraak niet vandaag: het huidige aanbod blijft tot 1 januari 2028 beschikbaar.
Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid schrijft dat op 12 oktober 2026 in haar Kamerbrief over de 13-wekenecho. Het kabinet laat de huidige onderzoeksopzet aflopen. Een nieuwe vorm van vroege prenatale screening wordt daarmee niet voor altijd uitgesloten.
Kan de 13 weken echo nu nog doorgaan?
Ja, het landelijke aanbod in onderzoeksverband blijft tot de genoemde einddatum bestaan. Het besluit is geen aankondiging dat afspraken in oktober 2026 worden geschrapt. Voor jouw eigen afspraak en de beschikbare termijn is je verloskundig zorgverlener het aanspreekpunt.
| Moment | Betekenis voor het aanbod |
|---|---|
| Nu tot 1 januari 2028 | De 13-wekenecho blijft beschikbaar binnen de huidige onderzoeksopzet. |
| Vanaf 1 januari 2028 | Het kabinet zet dit aanbod niet voort. |
| Een mogelijk toekomstig aanbod | Afhankelijk van nieuwe inzichten en besluitvorming; er is geen vervangende vroege echo toegezegd. |
Volgens de informatie van PNS/RIVM over de 13-wekenecho kies je zelf of je dit onderzoek wilt. De echo kan plaatsvinden van twaalf weken en drie dagen tot en met veertien weken en drie dagen zwangerschap. Deelname is gekoppeld aan de wetenschappelijke IMITAS-studie.
Het uitgebreide gesprek en de echo zijn gratis; vervolgonderzoek kan soms van je eigen risico afgaan. De echo zoekt naar lichamelijke afwijkingen en geeft geen garantie op een gezond kind. Het besluit schrapt de 20-wekenecho niet. Ook is het geen besluit over jouw individuele medische zorg.
Waarom stopt het kabinet met dit onderzoek?
De Gezondheidsraad adviseerde op 22 september om de echo niet zonder meer structureel in te voeren. In de onderzochte opzet wogen de voordelen niet op tegen de nadelen. De raad zag wel mogelijkheden voor verbetering en adviseerde die verder te verkennen.
De Kamerbrief noemt 129.704 echo’s uit het eerste onderzoeksjaar. Er waren 1.313 positieve uitslagen, waarvan 775 achteraf foutpositief waren. De technische toelichting van de Gezondheidsraad maakt daarbij onderscheid tussen 586 gevallen zonder afwijking bij vervolgonderzoek en 189 bevindingen die spontaan normaliseerden.
Reken je 775 gedeeld door 1.313 uit, dan kom je op ongeveer 59 procent. Dat percentage gaat over de verwijzingen na een positieve uitslag. Het betekent dus niet dat bij 59 procent van alle onderzochte zwangerschappen vals alarm werd geslagen.
Ook noemt de toelichting 1.164 gemiste afwijkingen. Daarvan waren er 1.008 in het eerste trimester nog niet te detecteren. Het hele aantal presenteren als fouten die een betere echoscopist had kunnen voorkomen, zou daarom misleidend zijn.
Minder onrust is een reden; vroeger weten blijft waardevol
Een landelijk screeningsprogramma moet meer kunnen verantwoorden dan dat ouders een extra blik op hun kind krijgen. Een vermoeden van een afwijking kan weken onzekerheid en vervolgonderzoek betekenen. Het kabinet heeft dus een goede reden om de huidige opzet niet automatisch te verlengen.
Maar wie stoppen verdedigt, moet het verlies aan bedenktijd serieus nemen. Voor ouders bij wie vroeg een ernstige afwijking wordt vastgesteld, kan die tijd veel betekenen. De Gezondheidsraad erkent dat belang. Bovendien zijn de gebruikte resultaten afkomstig uit het eerste onderzoeksjaar; ze bewijzen niet dat de prestaties sindsdien onveranderd zijn.
Meer ervaring bij echoscopisten zou volgens de technische toelichting sommige fouten kunnen verminderen. Dat bewijst nog geen gunstige verhouding tussen alle voor- en nadelen. Het kabinet kiest nu voor onderzoek naar de hele keten van prenatale screening, zonder alvast een verbeterde 13-wekenecho toe te zeggen. De NOS beschrijft dit besluit en het eerdere advies.
Welke vragen neem je mee naar je verloskundige?
Vraag bij je volgende afspraak om uitleg over het aanbod en de mogelijke uitslagen. Je hoeft uit een nieuwskop geen persoonlijke medische keuze af te leiden. Deze vragen helpen het gesprek concreet te maken:
- Valt mijn geplande echo binnen de termijn waarin het onderzoek wordt aangeboden?
- Welke afwijkingen zijn rond dertien weken wel en nog niet zichtbaar?
- Hoe verloopt vervolgonderzoek als de echoscopist iets afwijkends ziet, en wanneer krijg ik meer duidelijkheid?
- Wat onderzoekt de 20-wekenecho daarnaast, ook na een gunstige vroege uitslag?
Heb je uitleg in een andere taal nodig, vraag daar vooraf naar. Dat geldt ook bij de praktische voorbereiding op kraamzorg als anderstalige ouder. Prenatale screening en kraamzorg regelen zijn verschillende taken; houd de afspraken apart in je planning.
Het besluit over de echo is geen reden om kraamzorg aanmelden uit te stellen. Gebruik de uitleg over wanneer kraamzorg aanmelden om de praktische stappen te plannen. De kraamzorg checklist helpt bevestigingen en intakeafspraken bij elkaar te houden.
Vraag organisaties zelf naar hun mogelijkheden, zeker bij kraamzorg in een drukke regio. Deze site toont geen actuele beschikbaarheid en geeft geen persoonlijk medisch advies.
Begin 2027 wordt de volgende onderzoeksstap duidelijker
De Kamerbrief noemt december 2026 als beslismoment voor onderzoeksvoorstellen binnen de ZonMw-programmalijn pre- en neonatale screening. De uitslag wordt naar verwachting begin februari 2027 openbaar. Daaruit kan blijken welke evaluatie van de 20-wekenecho wordt gefinancierd. Dat is nog geen nieuw aanbod voor zwangeren en verandert de einddatum van het huidige onderzoek niet.